Naar menu
Gezegden.nu
Zoeken
Menu
Home
Alle gezegden
Gezegde insturen
Over gezegden
Links
Home
Alle gezegden
Gezegden beginnend met H
Gezegden onder de letter H
Op deze pagina worden de 126 gezegden getoond die onder de letter H zijn ondergebracht.
Dat is niet in de haak.
De haren rijzen me te berge
Elkaar in de haren vliegen.
Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt.
Haar op de tanden hebben.
Haarscherp.
Het scheelde maar een haartje.
Iets er met de haren bijslepen.
Zich de haren uit het hoofd trekken.
Een hazenhart hebben.
Een hazeslaapje.
Het haasje zijn.
Het hazenpad kiezen.
Kijken hoe de hazen lopen.
Mijn naam is haas.
Nooit kunnen weten hoe een koe een haas vangt.
De hakken in het zand zetten.
Een hak zetten.
Iemand op de hak nemen.
Met de hakken over de sloot.
Van de hak op de tak springen.
Daar zitten nogal wat haken en ogen aan.
Ergens op inhaken.
De hakken laten zien
Hakken in het zand.
Er een halszaak van maken.
Hals over kop.
Dat is de hamvraag.
Als hamerstuk behandelen.
De man met de hamer.
Ergens op hameren.
De bovenhand krijgen.
De hand aan de ploeg slaan.
De hand aan zichzelf slaan.
De hand in eigen boezem steken.
De hand voor iemand in het vuur durven steken.
De handen dicht mogen knijpen.
De handen uit de mouwen steken.
Elkaar een hand kunnen geven.
Ergens de hand in hebben gehad.
Ergens de handen voor op elkaar krijgen.
Ergens een handje van weg hebben.
Iemand de hand boven het hoofd houden.
Iemand de vrije hand geven.
Iemands rechterhand zijn.
Met de hand op het hart iets beloven.
Troeven achter de hand houden.
Uit de hand lopen.
Van hand tot tand leven.
Van het handje zijn.
Zwaar op de hand zijn.
Een heet hangijzer.
Een echte Hannes.
Iemand tegen zich in het harnas jagen.
In het harnas sterven.
Een gouden hart hebben.
Heb het hart eens.
Het hart op de goede plaats hebben.
Het hart op de tong dragen/hebben.
Het hart zinkt hem in de schoenen.
Iemand een hart onder de riem steken.
Iemand een warm hart toedragen.
Iets na aan het hart hebben liggen.
In hart en nieren.
Je hart volgen.
Van zijn hart geen moordkuil maken.
Zijn hart vasthouden.
Iemand van haver tot gort kennen.
Om de haverklap.
De heffe des volks.
Het heft in eigen hand nemen.
Magere Hein.
Iemand het hemd van het lijf vragen.
Je laatste hemd aan hebben.
Brave hendrik.
Gekke Henkie.
Hij heeft het op zijn heupen.
Uit de heup schieten.
Het is hoed.
Hij is onder een hoedje te vangen.
Onder één hoedje spelen.
Van de hoed en de rand weten.
Zijn hoed staat op halfzeven.
Zijn hoed zit altijd op zijn hoofd.
Het hoekje om.
In het verdomhoekje terechtkomen.
Commandeer je hondje en blaf zelf.
Daar lusten de honden geen brood van.
De hond de jas voorhouden.
De hond in de pot vinden.
Een stok vinden om de hond te slaan.
Er was geen hond.
Hondenweer.
Zo ziek als een hond zijn.
Het loopt in 't honderd.
Iemand honing om de mond smeren.
Zij kwamen als bijen naar de honing.
Een dak boven zijn hoofd hebben.
Een hard hoofd hebben in iets.
Het hoofd boven water houden.
Het hoofd in de schoot leggen.
Het hoofd koel houden.
Het hoofd laten hangen.
Iemand of iets het hoofd bieden.
Iemand of iets over het hoofd zien.
Iemand voor het hoofd stoten.
Iets uit het hoofd laten.
Met zijn hoofd in de wolken.
Niet goed bij zijn hoofd zijn.
Waar ik niet ben, wordt mijn hoofd niet gewassen.
Zich het hoofd breken over iets.
Geen hoogvlieger zijn.
Moet je heen hooien?
Te hooi en te gras.
Te veel hooi op je vork nemen.
Hij loopt met hoorntjes.
Men heeft hem de hoorns opgezet.
Ik ga horizontaal.
Dat snijdt geen hout.
Er klopt geen hout van.
Ergens geen hout van snappen.
Op een houtje bijten.
Op eigen houtje doen.
Dat is zo vast als een huis.
Van huis en haard verdreven.
Veel in huis hebben.
Alfabet
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z