Naar menu
Gezegden.nu
Zoeken
Menu
Home
Alle gezegden
Gezegde insturen
Over gezegden
Links
Home
Alle gezegden
Gezegde 'Dat is een bal voor open doel.'
Wat betekent
Dat is een bal voor open doel.
?
Voor het gezegde '
Dat is een bal voor open doel.
' is de volgende
definitie
beschikbaar.
Dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden.
Gezegden onder dezelfde letter
Ergens de balen van hebben.
Dat is van de baan.
Iets in goede banen leiden.
Iets op de lange baan schuiven.
De baard in de keel krijgen.
Spelen om des keizers baard.
Er is altijd baas boven baas.
Iemand of iets de baas zijn.
Het kind met het badwater weggooien.
Aan de bak komen.
Het is volle bak.
De bakens verzetten.
Het komt voor de bakker.
Met een baksteen in de maag geboren worden.
Bakzeil halen.
Dat is een bal voor open doel.
De bal aan het rollen brengen.
De bal terugkaatsen.
Elkaar de bal toespelen.
Ergens een balletje over opgooien.
Hij weet er geen bal van.
De balans opmaken.
Wel de splinter in het oog van de ander zien, maar niet de balk in het eigen oog.
Een proefballonnetje oplaten.
In de ban zijn van iets.
Aan de lopende band.
Door de band genomen.
Iets aan banden leggen.
Uit de band springen.
Door de bank genomen.
Het is bar en boos.
Barbertje moet hangen.
De barricades opgaan.
Volgens Bartjens.
Dat is een ver-van-mijn-bed-show
Dat is ver van mijn bed
Je bedje is gespreid.
Aan de bedelstaf raken.
Tussen de bedrijven door.
Dat houdt me op de been.
De benen nemen.
Er geen been in zien.
Het been stijf houden.
Iemand op het verkeerde been zetten.
Met beide benen op de grond staan.
Met de benenwagen.
Met het verkeerde been uit bed gestapt zijn.
Op de been blijven.
Op de been zijn.
Op eigen benen staan.
Op je achterste benen gaan staan.
Op je laatste benen lopen.
Tegen het zere been schoppen.
Zijn beste beentje voorzetten.
Beren op de weg zien.
Daar is iets van de beer bij.
De beer is los.
Een ongelikte beer.
De beest uithangen.
Het beestje bij zijn naam noemen.
Het is bij de (wilde) beesten af.
Alle beetjes helpen.
Dat is het begin van het einde.
Iemand wel achter het behang kunnen plakken.
Breek me de bek niet open.
Op je bek gaan.
Er bekaaid van afkomen.
Aan de bel trekken.
Er gaat een belletje rinkelen.
Iets op zijn beloop laten.
Met de benenwagen gaan.
Bepakt en bezakt.
Iets te berde brengen.
Bergafwaarts.
Bergen kunnen verzetten.
De berg heeft een muis gebaard.
Ergens als een berg tegen opzien.
Iemand gouden bergen beloven.
Geen bericht is goed bericht
Geen nieuws is goed nieuws.
Een beschuitje met iemand eten.
Niet door de beugel kunnen.
Beurs op de knip
Hand op de knip.
Vechten tegen de bierkaai.
De bietenbrug op gaan.
Ik snap er geen biet van.
De biezen pakken.
Geen blad voor de mond nemen.
In een goed blaadje proberen te komen.
Veel geblaat maar weinig wol.
Een blauwe maandag.
Een blauwtje lopen.
Het maar blauw blauw laten.
Iemand bont en blauw slaan.
Met blindheid geslagen zijn.
Iemand het bloed onder zijn nagels vandaan halen.
Iemands bloed wel kunnen drinken.
De bloemetjes buiten zetten.
Een blok aan het been.
Voor het blok zetten.
Bloot slaat dood.
Blufpoker spelen.
Kort door de bocht.
Zich in bochten wringen.
Een schot voor de boeg.
Iets voor de boeg hebben.
Over een andere boeg gooien.
Buiten zijn boekje gaan.
Goed te boek staan.
Hij is een open boek voor mij.
Over iemand een boekje opendoen.
Volgens het boekje.
Boerenverstand.
De boer op gaan.
Een ongeletterde boer.
Goed boeren / goed geboerd hebben.
Lachen als een boer die kiespijn heeft.
Een bok schieten.
Van de bok dromen.
De bokkenpruik op hebben.
De kat uit de boom kijken.
Door de bomen het bos niet meer zien.
Een boom opzetten.
Een boom van een kerel.
Boontje komt om zijn loontje.
Voor spek en bonen meedoen.
Zijn eigen boontjes doppen.
De boot missen.
Ergens de boot mee ingaan.
Iemand in de boot nemen.
Met een bord voor de kop lopen.
Maak je borst maar nat.
Zichzelf op de borst slaan.
Door de bomen het bos niet meer zien.
Bot vangen.
Tot op het bot uitzoeken.
Bij elkaar horen als boter en brood.
Boter aan de galg zijn.
Boter bij de vis.
Boter op het hoofd hebben.
Botertje aan de boom.
Het botert niet tussen hen.
Met zijn gat in de boter vallen.
Met zijn neus in de boter vallen.
Een goede boterham verdienen.
Het op je boterham krijgen.
Er mankeert iets in zijn bovenkamer.
Iemand uit de brand helpen.
Moord en brand schreeuwen.
Niet brandschoon zijn.
Ergens een eind/punt aan breien.
Door de bril van een ander zien.
Een roze bril op hebben.
Elk ziet door zijn eigen bril.
Hij zet er de lakense bril bij op.
Iemand een bril opzetten.
Iets door een gekleurde bril zien.
Bij die twee heeft zij de broek aan.
Het loopt hem dun door de broek.
Zij hebben een te grote broek aangetrokken.
Als hete broodjes over de toonbank gaan.
Als warme broodjes over de toonbank gaan.
Bij elkaar horen als boter en brood.
Broodnodig.
Het eet geen brood.
Zoete broodjes bakken.
Dat is een brug te ver.
Over de brug komen.
Hij kan praten als Brugman.
Er de brui aan geven.
Dat kan Bruin(tje) niet trekken.
Ergens de buik vol van hebben.
Iets op je buik kunnen schrijven.
Plat op de buik gaan.
Twee handen op één buik zijn.
Het klopt als een bus.
Het sluit als een bus.
Hij heeft het buskruit niet uitgevonden.
Alfabet
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z